In mijn korf waait het stormen
Van woorden, die niet in het gareel
Regen storten naar meanderen,
Speels zeilen ze in stromen
En stapelen zich in bewolkte fronten
Tussen weeën als schijn en tij veranderen,
Ik wilde, toen de wind vermoeid
En ik stapels van de wereld zag
Dat ik nieuwe wind boetseerde,
Uit kleine letters die ik begreep
Ik wist als kind kon dit niet alles zijn
En het gordijn naar volwassen zijn passeerde.
Ad Nouwens – Schrijversatelier
Heb je een foutje gezien, of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op




