Destijds kwam De R. al snel als verdachte in beeld. Twee weken na zijn arrestatie oordeelde de rechter dat het bewijs onvoldoende was om hem langer vast te houden. Hierna werd hij vrijgelaten. Volgens het OM was het ‘geen eenvoudig onderzoek’ en heeft het door verschillende omstandigheden ‘veel te lang geduurd’ voordat De R. alsnog voor de rechter verscheen.
De R. kocht cocaïne bij het slachtoffer. Hij zou een schuld bij haar hebben opgebouwd. Het slachtoffer “had een klein handeltje in cocaïne”, aldus de officier van justitie, “met een paar vaste klanten, om wat centjes bij te verdienen naast haar uitkering”.
Het bewijs tegen De R. bestaat onder meer uit DNA-sporen. Voor een daadwerkelijke moord, ofwel een opgezet plan is geen bewijs, aldus het OM. Daarom gaat die uit van doodslag. De R. ontkent alle betrokkenheid. “Ik weet één ding: ik heb het niet gedaan, ik heb het niet gedaan”, zegt de verdachte.







