Ton Melis, coördinator buurpreventie Oud-Noord en wijkbewoner, kent het park op zijn duimpje. Hij ziet wie er komt, wie er blijft hangen en wanneer het misgaat. Hij wijst naar een paar lege bankjes. “Normaal zitten hier groepen. Rivaliserend soms. Dealers. Mensen die drinken of drugs gebruiken”, zegt hij. “Het begint vaak al vroeg. Soms om half zeven ’s ochtends. Dan wordt er onder winkeloverkappingen geplast en gepoept. Fietsen verdwijnen. En later op de dag loopt het op.”
Volgens Ton is handhaving nauwelijks zichtbaar. “Boa’s zie je hier bijna niet meer. Het komt neer op de politie, maar die heeft het al druk genoeg. Voor dit hele gebied zijn er één of twee wijkagenten. Dat is veel te weinig voor zo’n kwetsbare plek.”
Meldingen blijven liggen
Bewoners blijven melden, maar raken langzaam ‘meldmoe’. “Ze hebben het gevoel dat er toch niks gebeurt”, zegt Ton. Vooral in de zomer loopt de spanning op. “Dan escaleert het sneller en hoor je achteraf: ja, we hebben te weinig capaciteit.” Volgens hem zou een parkmanager, zoals bij het Spoorpark, kunnen helpen. “Dat kost geld, maar niets doen kost uiteindelijk meer.”
‘We raken eraan gewend, en dat is het engste’
Eline Somers-Segers, voorzitter van de wijkraad Theresia, loopt dagelijks met haar honden door het park. Ze somt het bijna achteloos op. “Drugsdealen, wildplassen, wildpoepen, vechtpartijen. We raken er bijna aan gewend”, zegt ze. “En dat is misschien wel het engste.”
Ze ziet dat de gemeente stappen zet: camera’s, extra handhaving, een veiligheidsrisicogebied. “Maar tegelijkertijd merken we dat de problemen toenemen. En dan wordt de gebiedsvisie voor Oud-Noord wéér uitgesteld. Dan voelt het alsof de urgentie ontbreekt.”
‘Graag hier, maar ook niet’
Ook Marjo Dirks woont al jaren pal aan het park. Al dertig jaar, om precies te zijn. “Het is een plek waar ik graag ben”, zegt ze. “Maar ook niet.” Ze wijst op de ruzies, het geschreeuw en de harde muziek. “Dat jaagt mensen weg. Tijdens evenementen hoor je bezoekers nog zeggen: ‘Wat een mooi park!’ Maar daarna komen ze niet meer terug.”
Sociaal hart onder druk
Volgens Ton en Eline hebben de wijkbewoners een groot sociaal hart. Ze vinden dat kwetsbare mensen een plek verdienen, ook rond de Gasthuisring. “Maar de druk wordt steeds groter”, zegt Eline. “Overlast, weinig middelen en veel maatschappelijke voorzieningen bij elkaar maken de wijk kwetsbaar.”
Ook ondernemers maken zich zorgen. Klaas-Jan Breedijk van de ondernemersvereniging Museumkwartier noemt het gebied ‘geen visitekaartje’. “Dit moet de rode loper zijn van het station naar het museum. Maar dat is het nu niet.”
‘Wie drugs wil, gaat naar het Wilhelminapark’
De gemeente erkende maandagavond in de raadszaal dat het gebied zwaar belast is. “Wie drugs wil, wordt vaak naar het Wilhelminapark gestuurd”, klonk het. Burgemeester Onno Hoes zei dat handhaving alleen het probleem niet oplost. “We moeten ook kijken naar dakloosheid en zorg- en hulpverlening in de wijk.”
Maar voor bewoners voelt de tijdsdruk hoog. De herinrichting van het park staat gepland voor het najaar van 2026. De wijkvisie voor Oud-Noord volgt op zijn vroegst eind 2026. “Dat is te laat”, vinden zij. “Er moet nu een duidelijke richting komen.”
‘De buurt kan niet wachten’
Ton loopt langs de monumentale bomen en kijkt nog eens om zich heen. “Het is zonde”, zegt hij. “Dit park is van iedereen. Maar nu moet je opletten wie er loopt en wat er gebeurt.” Volgens hem kan de buurt niet wachten op lange procedures. “Er moet echt snel iets gebeuren.”
Volgende week praat de gemeenteraad verder over het Wilhelminapark en de Gasthuisring.
LEES OOK:
Explosies, geweld en beschietingen: Oud-Noord blijft een veiligheidsrisicogebied
Cameratoezicht in het Wilhelminapark blijft twee jaar langer







