Dit artikel is een tweeluik. In dit tweede deel wordt zijn kunstenaarschap besproken. Het eerste deel ging over zijn muzikale link met Tilburg.
“Ik vrij in De Blaak”, zei Brood tegen Frank van Iersel, oprichter van poppodium Noorderligt, tijdens een etentje. Oude vriend en zakenpartner Rob Dupré bevestigt het. Van Iersel stond ervan versteld dat Brood de naam van de wijk kende. Vanwege deze vlam was Brood regelmatig in Tilburg te vinden.
Tijdens een van deze bezoeken aan zijn lief heeft hij op het terras van café Cher portretten getekend en schilderijen gemaakt. “Iedereen kwam met schilderdoeken aan om ze voor weggeefprijzen te laten schilderen, zo gaat het verhaal”, zegt Dupré.
Bierviltje kopen?
De artiest tekende ook regelmatig op bierviltjes. Deze kunstwerken gebruikte hij als betaalmiddel op terrassen. Ondertussen kun je daar een aardig pintje van kopen. Dit weekend worden deze onderzetters voor duizend euro per stuk verkocht bij het eerbetoon ‘Herman Leeft’ in het Tlburgs stadstheater De Boemel.
(Tekst gaat door onder de foto).

Tientallen werken, overgekocht uit het failliete Herman Broodmuseum in Zwolle, worden te koop aangeboden tijdens de expositie en muzikale festiviteiten. “Het is maar een bierviltje, zou je kunnen denken”, zegt Patrick Hermans, kunsthandelaar. “Maar uiteindelijk is een schilderij ook maar een lap linnen.” Het gaat om de naam erachter, stelt hij.
Waar eens de boterbloemen bloeiden
Wellicht dat Brood destijds ook ‘gewoon’ naar linnen keek, want voor slechts een fles sterke drank maakte hij het werk ‘Waar eens de boterbloemen bloeiden’, van ongeveer twee bij drie meter, op de Tilburg University. “Dit werk heeft een historische betekenis”, zegt Pieter Siebers, projectleider Academisch Erfgoed van Tilburg University over het schilderij dat momenteel in het Cobbenhagengebouw hangt.
(Tekst gaat door onder de foto).

Die historische betekenis komt volgens Siebers allereerst omdat het kunstwerk op de campus zelf gemaakt is, iets wat uniek is voor de collectie op de academie. Daarnaast is het werk gebaseerd op de vroegere heidevelden rondom de universiteit, maar bovenal: het schilderij is vanuit een studenteninitiatief geboren.
Brood gaf in 1992 een lezing op de universiteit. Enthousiaste studenten kochten alvast een doek en spuitbussen, voor het geval dat. “Het werk is van een erg goede kwaliteit als je bedenkt dat dit een action painting was van amper een uur is”, zegt Dupré.
Duizend gulden en sterke drank
Een paar jaar later, in 1996, kwam Brood op bezoek bij Fontys Journalistiek aan de Professor Gimbrèrelaan. Hij schilderde voor nog geen duizend gulden, en ook weer wat sterke drank, ‘Talk to me’. Dat werk bestrijkt een muur van acht meter lang, inclusief leidingen en deuren.
(Tekst gaat door onder de foto).

Die deuren beschilderen, dat mocht eigenlijk niet van de schooldirecteur destijds. Maar Brood had daar lak aan. Hij schilderde ook op de verboden zones figuren die een microfoon vasthouden, een link naar de journalistiek. “Typisch Herman”, zegt Dupré. “Het raakt meteen de kern van de opleiding en baldadigheid van hem als kunstenaar.”
Toen Fontys Journalistiek in 2023 verhuisde naar Mindlabs, moest het kunstwerk achterblijven. Het zou enkele tot tientallen tonnen kosten om de draagmuur te verplaatsen of de tekening los te weken en elders terug te plakken. Momenteel kunnen andere studenten van het kunstwerk genieten, want Yonder zit nu in het oude journalistiekgebouw.
AI-tentoonstelling en tributebands
Tilburgers die dit weekend willen genieten van Broods werk, kunnen in het eerder benoemde stadstheater De Boemel terecht. Naast de tentoonstelling en verkoop van de werken uit het Broodmuseum, zijn er ook tributebands en een digitale expositie.
Brood knippert met zijn ogen, glimlacht naar de camera of friemelt met zijn handen. De originele beelden zijn gefotografeerd door Broods vaste fotograaf Gerard Wessel of komen uit een dagboek, maar zijn bewerkt door AI. Digitale media-artiest Martin Swinkels gaf de instructies.
(Tekst gaat door onder de video)
Sommige fotografen wilden geen afbeeldingen aanleveren voor het project. “Die zeiden dat dit idee niet zoals Herman was”, geeft Swinkels toe. “Maar ik denk dat hij het wel leuk had gevonden”, zegt hij. “Hij liep altijd rond met een cameraatje.”
‘Hij zei nergens nee tegen’
“Herman was ontzettend publieksgeil”, springt organisator en superfan Jan Ophuis Swinkels bij. “Hij zei nergens nee tegen als het om foto’s ging. Als er een selfie had bestaan, dan was hij daar ook voor ingeweest.”
Zelfs vijfentwintig jaar na zijn overlijden, leeft kunstenaar Herman Brood nog in Tilburg. AI zet hem bewegend in De Boemel, tributebands laten zijn muziek hier nog eens horen, fans en kunstliefhebbers komen bij elkaar. Het werk ‘Waar eens de boterbloemen bloeiden’ heeft historische betekenis geschreven en ‘Talk to me’ opende het gesprek toen het journalistiekkunstwerk en de journalistiekschool van elkaar gescheiden moesten worden.
“Herman was meer dan een rock-‘n’-rollzanger, hij was een artiest”, zegt Bertus Borgers, saxofonist, ook bij Herman Brood. “Hij heeft een stijl neergezet, ook in de beeldende kunst.”

LEES OOK:
Muzikant Herman Brood is onlosmakelijk verbonden met Tilburg






