“Kun je ook een bakje maken voor Eddie? Hij moet zo weg”, klinkt het vanuit de keuken van buurthuis de Wissel, in de Tilburgse wijk. In de keuken hangt de geur van rijst, aardappelen, vlees en groenten.
Druk in de weer zijn ‘buurtmama’s’ Rimou Chakur en Jin Mei Zhu. De een schept de rijst nog even om, terwijl de ander alvast de keuken schoonmaakt. Beide vrouwen zijn al twintig jaar een vertrouwd gezicht in het buurthuis. Volgens Jin Mei heeft het buurthuis haar ‘leven gered’, en Rimou voelt zich de wijk ‘eeuwig dankbaar’.
“Voorgoed gevormd”
Rimou kwam jaren geleden als jonge moeder met haar man en kinderen vanuit Marokko naar de Tilburgse volksbuurt. “Ik zal nooit vergeten hoe ik hier werd opgenomen. Iedereen wilde ons helpen, ook al sprak ik nauwelijks Nederlands.” Ze wordt zichtbaar emotioneel als ze terugdenkt aan die beginperiode. “Het was ontzettend moeilijk voor mijn familie en mij, maar deze wijk heeft me voorgoed gevormd.”
Na het overlijden van haar man en het vertrek van haar kinderen uit huis, voelde Rimou zich alleen. “Maar niet als het aan mijn buren lag. Ze stonden allemaal in mijn huis, regelden de begrafenis mee en zorgden voor me. De eenzaamheid verdween.”
Twintig jaar geleden besloot Rimou iets terug te doen voor de wijk. Ze meldde zich aan als vrijwilliger bij het buurthuis, toen het nog een ongeïsoleerd schuurtje was zonder verwarming. “Ik kookte af en toe iets, en inmiddels ben ik hier bijna elke dag en help ik mee met activiteiten.”
“Weer onder de mensen”
Ook Jin Mei vond steun in het buurthuis. Na het overlijden van haar man raakte ze geïsoleerd en ging nauwelijks nog naar buiten. “Het was een heel moeilijke tijd. Ik voelde me eenzaam.” Totdat Rimou haar meenam naar De Wissel. “Dit buurthuis heeft mijn leven gered. Ik heb weer een doel en ben weer onder de mensen.”
Het onafscheidelijke duo is inmiddels een onmisbaar gezicht in het buurthuis. Voor beide vrouwen zijn de sociale contacten een belangrijke reden om hier te komen. Door de keuken naar de eetzaal kijkend, zie je een bont gezelschap. Gepensioneerde Walter, die op Korvel woont, komt elke woensdag een hapje mee-eten. “Het is gezellig en het eten is ook nog lekker. Je ken hier gewoon jezelf zijn!”
Op het menu staat vandaag een Peruaans stoofpotje, volgende week Chinees, en de week daarna de beroemde saoto-soep met lontong van Geert.
“Eigenlijk horen we allemaal bij elkaar”
Sociaal werker Johan Zelissen weet wel waarom De Wissel elke week zo’n dertig mensen uit de buurt trekt. “Iedereen kan hier binnenlopen en meedoen. Soms komen er ook mensen van buiten Loven, maar die ken ik dan als sociaal werker. Dan zeg ik: ‘Kom gewoon eens kijken, en als je het leuk vindt, ben je welkom.’ En altijd blijven ze hangen. Sommigen wonen in Hasselt, anderen in de Korvel, maar de meeste mensen komen gewoon uit de buurt.”
Voor Zelissen draait het buurthuis op samenwerking en verbinding. “Eigenlijk horen we allemaal bij elkaar. Dat is een fijne gedachte in deze ingewikkelde maatschappij. En dat is wat dit werk oplevert: mensen vinden elkaar, verbinden en komen terug.”
“Al gewonnen”
Rimou en Jin Mei zouden zomaar de prijs ‘Vrijwilliger van het Jaar’ kunnen winnen, maar volgens het duo is dat niet belangrijk. “Elke vrijwilliger hier is een winnaar. En eigenlijk hoeven we niet te winnen, we hebben al gewonnen”, zegt Rimou terwijl ze naar de hongerige eters wijst.










