Basisschoolkinderen mogen normaal gesproken niet mee het stemhokje in wanneer hun ouders gaan stemmen, vanwege het stemgeheim en de ordehandhaving. Zonde, vindt Henk Van Tilborg, fractievoorzitter van 50PLUS. “Als je kinderen vroeg betrekt bij wat er gebeurt, gaan ze later vanzelf stemmen. Stemmen gebeurt tenslotte maar één keer in de paar jaar.”
Hij vindt het proces nu ‘stiekem’: “Kinderen mogen niet in het hokje, dus zien ze niet wat er gebeurt en snappen ze niet waarom stemmen belangrijk is. Terwijl je dan juist het gesprek over democratie met je kind kunt voeren. Je ziet hoe opa of oma, papa of mama een rondje of kruisje zet, en hoe de stem in de bak gaat. Zo betrek je kinderen en prikkel je ze om later zelf te stemmen.”
50PLUS heeft het college van burgemeester en wethouders gevraagd te onderzoeken of basisschoolkinderen bij de volgende verkiezingen vaker mogen meekijken. Het college moet nog reageren.
Wat mag wel en niet volgens de Kiesraad
Volgens de Kiesraad is er een goede reden waarom kinderen meestal niet mee het stemhokje in mogen. Een woordvoerder legt uit: “Vanwege het stemgeheim mag normaal maar één persoon tegelijk in een stemhokje staan. Alleen als duidelijk is dat een kind geen invloed kan uitoefenen, bijvoorbeeld een peuter van drie jaar, kan de voorzitter van het stembureau toestemming geven.”
Bij oudere kinderen is meekijken in het stemhokje vrijwel onmogelijk, omdat zij kunnen zien wat de ouder stemt. Kinderen kunnen wel op andere manieren vertrouwd raken met het stemproces, volgens de woordvoerder. “Ze mogen mee naar het stembureau en meekijken bij hoe alles georganiseerd is, maar het daadwerkelijke invullen van het stembiljet blijft volledig aan de kiezer zelf.”
LEES OOK:
Hier breng je uniek en toegankelijk je stem uit in Tilburg






